Integraal model gezondheidsbeleid

‘Gezondheidsbeleid’ en ‘integraal’ als termen opnemen in 1 zin, dat is vragen om moeilijkheden. Het model dat ik hier aan het ontwikkelen ben moet er voor zorgen los te komen van de spraakverwarring en partijen en gemeenten handvatten bieden om nieuwe perspectieven, werkvormen en samenwerking te zien.

Gezondheid wordt door burgers als een groot goed gezien. Gezondheidszorg dus ook. Toch hebben gemeenten en instellingen vaak moeite met het invullen van beleid op dit vlak. Zeker als het ook nog integraal moet zijn… De vraag is ook of het alleen de verantwoordelijkheid van de gemeente is.

Integraal werken als ‘norm’ lijkt niet te werken. Er leven in de maatschappij meerdere concurrerende idealen van een goed leven. De burger zou daarom in plaats van ‘object’ ook ‘co-constructor‘ moeten zijn van de publieke gezondheidszorg (zie ook Klasien Horstman in de Volkskrant van 10 juni 2010). Daarnaast zien steeds meer partijen dat gezondheidszorg oog zou moeten hebben voor de sociale en fysieke omgeving waar mensen wonen en werken.

Er zijn twee invalshoeken die tegenwoordig gebruikt worden om (meer) integraal te werken: 1. het centraal stellen van de mens/burger en 2. het uitgaan van een geografisch gebied zoals een wijk of een gemeente.

 

De ketenaanpak gebruikt meestal de eerste benadering. De tweede zie je terug in degebiedgerichte benadering. De eerste benadering beperkt zich tot de organisaties die van belang zijn voor de betreffende doelgroep en bijbehorend maatschappelijk doel. De tweede voegt de verschillende beleidsterreinen, partijen en perspectieven samen binnen een geografische afbakening. Integraal werken kan niet van organisaties, of een groep van organisaties, alleen worden verwacht. Om los te komen van de verschillende sectoren of invalshoeken, is een ander perspectief op de zaak nodig, die deze deelbelangen overstijgt. Er is namelijk nog een derde perspectief

Bij een integrale benadering van de mens dienen we ons te realiseren dat de mens mens is en mens wordt in relatie met andere mensen en in relatie met de haar of hem omringende wereld. Een model dat al deze aspecten meeneemt is het integrale model van Ken Wilber (2008). 

Het uitgangspunt van het model is dat persoonlijke ontwikkeling plaatsvindt op basis van ontwikkelingen in vier domeinen en hun onderlinge interactie:

-       innerlijke mens (bewustzijn, zingeving, gedachten, percepties, emoties, visies);

-       uiterlijke mens (fysieke lichaam, feitelijk gedrag, energie);

-       cultuur en wereldbeeld (of innerlijke collectiviteit: cultuur, gedeelde waarden, wereldbeeld(-en), groep(-sbewustzijn));

-       sociale systemen en omgeving (of uiterlijke collectiviteit: sociale, economische systemen, ecosysteem).

In het schema hieronder worden de vier domeinen gevisualiseerd.

Het model heeft belangrijke voordelen:

De burger centraler: de beleving van de burger (individueel en collectief) vormt een belangrijk onderdeel van dit model. Daarmee biedt het aangrijpingspunten een meer vraaggestuurde benadering ‘in te bouwen’. De beleving van de burger, en het collectief van burgers heeft een duidelijke plaats in het model, en is niet meer iets dat in beleidsvorming buiten beeld blijft. Taal en communicatie is van groot belang bij het samenbrengen van de domeinen. 

Het model helpt bij het formuleren van gemeentebeleid.

Een gemeente heeft niet alleen te maken met het fysieke deel van het schema (de rechter twee velden), zoals het feitelijk voorkomen van ziekte of bijvoorbeeld investeringen in infrastructuur, maar heeft ook te maken met bewoners die eenzaam, agressief of inactief zijn en kent wijken met verschillende culturen. Deze elementen bevinden zich in het linker deel van het schema. Alle vier de domeinen zijn relevant bij het formuleren van gemeentebeleid.

Ook vanuit het perspectief van 1 organisatie is er voordeel te benoemen bij het werken met dit model (dat zou je een ‘business case’ kunnen noemen). Voorbeeld: een woningbouwcorporatie beheert in een wijk een aantal gebouwen en ziet de waarde van deze gebouwen (relatief) dalen door een vermindering van samenhang en verantwoordelijkheidsgevoel. Er is weinig activiteit, veel eenzaamheid en weinig ondernemerschap. Mensen die kunnen investeren in hun woonomgeving verdwijnen.

Investeringen in de drie andere domeinen en/of investeringen in de fysieke sfeer die een positieve impact hebben op de andere domeinen (bijv. investering in groen), dragen op termijn bij aan de waarde van het bezit van de woningbouwvereniging. 

Rollen:

Het gepresenteerde integrale model maakt het mogelijk inzicht te bieden in welk domein welke activiteiten plaatsvinden en wie welke rol vervult bij die activiteiten. 

Een voorbeeld is de rol van de zorgverzekeraar in de keten van depressiepreventie: deze richt zich voornamelijk op de financiering van activiteiten in het fysieke domein, met als basis evidence based methoden. 

Vervolgens kunnen keuzes gemaakt worden waar aandacht aan besteed zal worden en of aanvullende perspectieven nodig zijn vanuit de andere domeinen. De keten (of het ontbreken ervan) wordt als het ware zichtbaar.

Het integrale model maakt het mogelijk afwegingen te maken, interventies te plaatsen in een of meerdere van de domeinen  en te bekijken of een (meer) integrale aanpak gewenst is. Dan komen vanzelf burgers, relevante (andere) organisaties en heldere rollen in beeld.

Interesse?! mail naar arjanbiemans(at)futurelandscapes.nl

ShareShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterEmail this to someone
0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>