Geloof, hoop en liefde

De onderbuik is ‘in’. Dat zal u ondertussen wel duidelijk zijn. De onderbuik is ons weer eens collectief in de maag gesplitst. En niet alleen door politici die onze ‘onderbuik’ menen te moeten verwoorden of die zijn verworden tot die collectieve onderbuik. Want, de behoefte de wereld te verklaren, en vooral dan de anderen, zonder zelf iets te hoeven veranderen, is groot. En dan helpt de onderbuik. Enorm.

Read more

ShareShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterEmail this to someone

Wij zijn niet zo complex…

Maar wat waarschijnlijk overeind blijft, hoe modern u ook bent, is het aangrijpingspunt dat de mens moet veranderen; we willen ander ‘gedrag’ zien. Er moet geleerd worden!
Terug naar de mens dus!
‘De mens staat centraal’, zeggen we tegenwoordig allemaal, ook als we het eigenlijk niet écht menen. Zeker als het er op aan komt staat die mens vaak niet zo centraal meer. Ook ik twijfel daar wel eens over. Staat nu de mens, of wat we willen bereiken centraal?
Meer zelf doen
De professional mag zichzelf sturen. De burger krijgt weer meer regie. Is dat omdat we de mens weer centraal stellen, of omdat we bepaalde doelstellingen voor ogen hebben? Of beide? En zijn het dus belangen die met elkaar strijden, en komen we in die ‘strijd’ uiteindelijk ergens in het midden uit? Een beetje mens en een beetje beleid?! Dat blijft toch een beetje behelpen.
Het gebeurt in interactie; tussen mensen!
Ik sprak laatst Rudy Snippe. Hij vertelde dat eigenlijk niet de mensen, maar de relaties tussen mensen de cultuur bepalen. Dus zijn het de interacties tussen mensen (communicatie) die bepalen ‘hoe wij de dingen doen’. In een team, in een organisatie, in een land. En zo ontstaan er onderdelen/organisatie-eenheden die een eigen cultuur hebben. Ik ben naar aanleiding van het gesprek Luhmann’s theorie van sociale systemen er nog maar weer eens op gaan nalezen.
Onze samenleving bestaat eigenlijk niet uit de mensen, maar uit hoe mensen met elkaar omgaan, hoe ze communiceren. Ja, er zijn mensen, dat valt niet te ontkennen. En ja, ieder mens is uniek. Maar een samenleving, of een organisatieonderdeel, dat is iets anders. Daarin is bijvoorbeeld de complexiteit gereduceerd (die u als persoon natuurlijk wel aan kan…), of we maken het met elkaar juist onnodig complex. In ieder geval staat de mens niet meer centraal, maar de ‘afspraken’. Zo ook voor organisatieonderdelen. Dat verklaart meteen waarom je zo makkelijk vervangbaar bent (en anderen dus weer niet…!).
Of systemen?
We ontlenen betekenis aan het systeem. Want onze context vormt ons en geeft ons identiteit. We vechten er voor om dat overeind te houden.
Natuurlijk er is individuele actie, gedrag. De vraag is echter of dat nu het eerste aangrijpingspunt is voor verandering!Onze omgeving verandert, de missie van de organisatie verandert, dus moeten wij innoveren. Veranderen. En taal is hier heel belangrijk: dat ‘wij’ uit de vorige zin is onze context, ‘hoe we de dingen doen’, en niet zozeer het geheel van al die mensen. Het is even een denkslag, maar het maakt het al weer een stuk overzichtelijker…
Het draait om de interacties tussen mensen en wat daar uit voortkomt. Voor die interacties, daar zijn we, ieder voor zich, zelf verantwoordelijk. Het vereist wel wat flexibiliteit van jezelf. Vaak is onze positie of functie iets waarmee we volledig geïdentificeerd raken. En dat helpt de interactie niet. Althans, niet verder. En dan verandert er niet veel.
Het gebeurt tussen mensen, het gebeurt tussen organisaties. Dáár wordt het interessant. De interactie tussen de professional en de burger bijvoorbeeld.  Of het maatschappelijk effect dat organisaties in samenhang kunnen realiseren. Die interactie heeft altijd al mijn interesse gehad. Wisselwerking, die bepaalt wat er gebeurt in een wijk, of tussen professional en burger. Of gewoon tussen mensen. Dat ligt soms wel wat gevoelig en is wat lastig om op tafel te leggen, maar complex is het niet…
Geïnteresseerd in deze complexiteitsreductie?! Binnenkort een masterclass!
Meer informatie via info(at)projectenbrigade.nl of binnenkort op deze website.
ShareShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterEmail this to someone

Grote nood

Zonder fysiek contact in de eerste maanden van het leven is er een grote kans dat baby’s overlijden. Dat zal tegenwoordig niet meer snel gebeuren, maar in het begin van de vorige eeuw kwam dit regelmatig voor in weeshuizen. Pfaundler en Spitz zijn onderzoekers die dit fenomeen destijds hebben geduid. Sindsdien is er veel veranderd.

Ik fietste laatst weer door de polderrijke randen van de stad en zag menig boerderij en hoeve omgetoverd tot woonparadijs. Dat wilde ik ook wel. Tegelijkertijd zag het er allemaal erg anoniem uit. Comfortabel. Dat wel. Ineens moest ik ook aan die eenzame baby’s denken.

Er lijken overeenkomsten tussen het lot van deze baby’s en onze samenleving, bedacht ik mij op mijn overigens comfortabele fiets. Arjen Göbel, huisarts, schetste al weer een tijdje terug de symptomen van onze samenleving aan de hand van zijn contact met de thuiszorg (‘Een klysma krijg je niet zomaar tegenwoordig’, VK, 21 april 2011). Hij liep vast op de zogenaamde zorgregisseur (het was dus niet zo dat er niemand de regie had…). Gelukkig is hij erg vasthoudend en weet uiteindelijk de thuiszorg in actie te brengen voor een patiënt in grote nood (letterlijk en figuurlijk). De patiënt belt de thuiszorg echter weer af, want ze laten nog wat uren op zich wachten. En zoveel heeft hij niet. Een vriendin helpt de patiënt uit de nood. Hoe vervelend ook, wel persoonlijk.

Terug naar geforceerde en onontkoombare afhankelijkheid wil (bijna) niemand. Dat onderlinge contact laten we graag achter ons. Ook al lijkt het in beleidsnota’s daar nog wel eens naar te ruiken. Ondertussen raakt de samenleving steeds klinischer, aangeharkt, en compleet gerenoveerd. Alles onder controle. Liefst willen we overal een regel voor of een formulier (dat we dan vervolgens niet willen invullen).

Vlieg maar eens terug uit een ver land. Bij het geluk van een wolkenloze hemel krijg je het gevoel te landen in groot Madurodam. Nette lijnen, zorgvuldig onderhouden. Ik heb altijd weer een paar dagen nodig om uit deze verbazing te raken. Maar nette lijnen en strakke kaders zijn niet het enige ingrediënt van een goed lopende samenleving. Oké, ze geven helderheid, eten, veiligheid. De veiligheid van een weeshuis.

ShareShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterEmail this to someone