Nederland projectenland?! De projectenbrigade

Er wordt in ons land erg veel in projecten gewerkt terwijl met de resultaten vaak bitter weinig wordt gedaan. Als er al resultaten zijn. En dat is jammer.

 

Het kan zijn dat de kaders gewoonweg niet helder zijn, afspraken ontbreken of dat het in de uitvoering alsnog spaak loopt. Er zijn legio redenen. 

 

Dat is niet alleen jammer vanwege de verrichtte inspanningen en investeringen, maar ook bijvoorbeeld vanwege de motivatie van medewerkers, uitstraling van de organisatie en het niet behaalde (maatschappelijk) resultaat. Persoonlijk vind ik de bekende bureaulade een lastig te verteren verblijfsplaats van geleverd werk.

 

Er lijkt een cultuur te zijn ontstaan in (delen van?) Nederland waarin dit ook niet zoveel uitmaakt. Waarbij het uitvoeren van een project al voldoende resultaat is. En waarbij elkaar aanspreken op afspraken (if any) al helemaal ‘not done’ is.

Herkenbaar?!

 

Ik vergeet het ook nog regelmatig, maar veranderen is primair emotioneel. En dat is waarschijnlijk ook een reden waarom die ontstane cultuur niet snel zal veranderen. Je komt nieuwe partijen, bestaande belangen, belemmeringen en al lopende ontwikkelingen tegen. Het enige wat je hier in kan veranderen is je eigen gedrag. Dat willen we niet altijd geloven of aannemen. Het zijn toch vaak de ‘anderen’ die niet willen meewerken. Voor mij is dat in ieder geval vaak een verraderlijke valkuil.

 

In diverse contexten heb ik de afgelopen jaren gezien dat het werken in projecten, of samenwerken, lastig is. De resultaten zijn vaak niet helder, resultaten worden niet geïmplementeerd of het kader ontbreekt. In de samenwerking is het lastig iedereen binnen boord te houden en met commitment, vernieuwing en verandering te realiseren.

 

De projectleider, coördinator of regisseur heeft geen doorzettingsmacht en zal daarom andere middelen en methoden moeten inzetten om tot resultaten te komen. Dat vereist persoonlijk leiderschap. De projectenbrigade, een website en een netwerk, zal hiertoe handreikingen leveren en vormt een ‘haven’ voor de zoekers op dit terrein. Voor degenen die meer uit hun project, netwerk, samenwerking of alliantie willen halen. Binnenkort meer!

ShareShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterEmail this to someone

Vrede van Utrecht

Een vriendin van mij uit Uruguay wist mij meer te vertellen over de vrede van Utrecht dan ondergetekende bewoner van Utrecht. Met mensen als zij moeten we natuurlijk in 2013 de vrede van Utrecht vieren. De grenzen van Uruguay en vele andere landen zijn toen vastgelegd en hebben nog steeds gevolgen in het leven van nu duizenden kilometers hier vandaan.

ShareShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterEmail this to someone

Integraal model gezondheidsbeleid

‘Gezondheidsbeleid’ en ‘integraal’ als termen opnemen in 1 zin, dat is vragen om moeilijkheden. Het model dat ik hier aan het ontwikkelen ben moet er voor zorgen los te komen van de spraakverwarring en partijen en gemeenten handvatten bieden om nieuwe perspectieven, werkvormen en samenwerking te zien.

Gezondheid wordt door burgers als een groot goed gezien. Gezondheidszorg dus ook. Toch hebben gemeenten en instellingen vaak moeite met het invullen van beleid op dit vlak. Zeker als het ook nog integraal moet zijn… De vraag is ook of het alleen de verantwoordelijkheid van de gemeente is.

Integraal werken als ‘norm’ lijkt niet te werken. Er leven in de maatschappij meerdere concurrerende idealen van een goed leven. De burger zou daarom in plaats van ‘object’ ook ‘co-constructor‘ moeten zijn van de publieke gezondheidszorg (zie ook Klasien Horstman in de Volkskrant van 10 juni 2010). Daarnaast zien steeds meer partijen dat gezondheidszorg oog zou moeten hebben voor de sociale en fysieke omgeving waar mensen wonen en werken.

Er zijn twee invalshoeken die tegenwoordig gebruikt worden om (meer) integraal te werken: 1. het centraal stellen van de mens/burger en 2. het uitgaan van een geografisch gebied zoals een wijk of een gemeente.

 

De ketenaanpak gebruikt meestal de eerste benadering. De tweede zie je terug in degebiedgerichte benadering. De eerste benadering beperkt zich tot de organisaties die van belang zijn voor de betreffende doelgroep en bijbehorend maatschappelijk doel. De tweede voegt de verschillende beleidsterreinen, partijen en perspectieven samen binnen een geografische afbakening. Integraal werken kan niet van organisaties, of een groep van organisaties, alleen worden verwacht. Om los te komen van de verschillende sectoren of invalshoeken, is een ander perspectief op de zaak nodig, die deze deelbelangen overstijgt. Er is namelijk nog een derde perspectief

Bij een integrale benadering van de mens dienen we ons te realiseren dat de mens mens is en mens wordt in relatie met andere mensen en in relatie met de haar of hem omringende wereld. Een model dat al deze aspecten meeneemt is het integrale model van Ken Wilber (2008). 

Het uitgangspunt van het model is dat persoonlijke ontwikkeling plaatsvindt op basis van ontwikkelingen in vier domeinen en hun onderlinge interactie:

-       innerlijke mens (bewustzijn, zingeving, gedachten, percepties, emoties, visies);

-       uiterlijke mens (fysieke lichaam, feitelijk gedrag, energie);

-       cultuur en wereldbeeld (of innerlijke collectiviteit: cultuur, gedeelde waarden, wereldbeeld(-en), groep(-sbewustzijn));

-       sociale systemen en omgeving (of uiterlijke collectiviteit: sociale, economische systemen, ecosysteem).

In het schema hieronder worden de vier domeinen gevisualiseerd.

Het model heeft belangrijke voordelen:

De burger centraler: de beleving van de burger (individueel en collectief) vormt een belangrijk onderdeel van dit model. Daarmee biedt het aangrijpingspunten een meer vraaggestuurde benadering ‘in te bouwen’. De beleving van de burger, en het collectief van burgers heeft een duidelijke plaats in het model, en is niet meer iets dat in beleidsvorming buiten beeld blijft. Taal en communicatie is van groot belang bij het samenbrengen van de domeinen. 

Het model helpt bij het formuleren van gemeentebeleid.

Een gemeente heeft niet alleen te maken met het fysieke deel van het schema (de rechter twee velden), zoals het feitelijk voorkomen van ziekte of bijvoorbeeld investeringen in infrastructuur, maar heeft ook te maken met bewoners die eenzaam, agressief of inactief zijn en kent wijken met verschillende culturen. Deze elementen bevinden zich in het linker deel van het schema. Alle vier de domeinen zijn relevant bij het formuleren van gemeentebeleid.

Ook vanuit het perspectief van 1 organisatie is er voordeel te benoemen bij het werken met dit model (dat zou je een ‘business case’ kunnen noemen). Voorbeeld: een woningbouwcorporatie beheert in een wijk een aantal gebouwen en ziet de waarde van deze gebouwen (relatief) dalen door een vermindering van samenhang en verantwoordelijkheidsgevoel. Er is weinig activiteit, veel eenzaamheid en weinig ondernemerschap. Mensen die kunnen investeren in hun woonomgeving verdwijnen.

Investeringen in de drie andere domeinen en/of investeringen in de fysieke sfeer die een positieve impact hebben op de andere domeinen (bijv. investering in groen), dragen op termijn bij aan de waarde van het bezit van de woningbouwvereniging. 

Rollen:

Het gepresenteerde integrale model maakt het mogelijk inzicht te bieden in welk domein welke activiteiten plaatsvinden en wie welke rol vervult bij die activiteiten. 

Een voorbeeld is de rol van de zorgverzekeraar in de keten van depressiepreventie: deze richt zich voornamelijk op de financiering van activiteiten in het fysieke domein, met als basis evidence based methoden. 

Vervolgens kunnen keuzes gemaakt worden waar aandacht aan besteed zal worden en of aanvullende perspectieven nodig zijn vanuit de andere domeinen. De keten (of het ontbreken ervan) wordt als het ware zichtbaar.

Het integrale model maakt het mogelijk afwegingen te maken, interventies te plaatsen in een of meerdere van de domeinen  en te bekijken of een (meer) integrale aanpak gewenst is. Dan komen vanzelf burgers, relevante (andere) organisaties en heldere rollen in beeld.

Interesse?! mail naar arjanbiemans(at)futurelandscapes.nl

ShareShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterEmail this to someone

Masterclass

Mijn passie is het ontwikkelen van (kortdurende, doelgerichte) scholingstrajecten. Een voorbeeld daarvan is de masterclass. Medewerkers vullen steeds meer in interactie met partijen in de omgeving het werk gezamenlijk in. Het is hierbij zoeken naar de rol die ieder hierin kan oppakken. De masterclass brengt de verschillende perspectieven bij elkaar, onderling begrip en biedt handelingsperspectieven voor de deelnemers.

Samenhang in samenwerking

Samenwerking in de publieke sector blijkt in de praktijk een lastige opgave. Er zijn veel partijen, vaak ieder met een eigen benadering van de doelgroep en taakstelling. Ook organisatieculturen en methodieken verschillen onderling. Daarnaast staan wet- en regelgeving en verschillende financieringsstromen een klantgerichte benadering vaak nog in de weg. En blijkt dat het vaak niet helder is wat de resultaten van de samenwerking (zullen) zijn. Samenwerking is lang niet altijd op resultaten is gericht (en blijft vaak hangen in ‘afbakenen’).
Tegelijkertijd raken partijen in het veld er steeds meer van doordrongen dat samenwerking en afstemming noodzakelijk is. Niet de som van het aanbod zou centraal moeten staan, maar het effect van gezamenlijke inzet voor de burgers waar het om gaat.
Het is hierbij zoeken naar de rol die ieder hierin kan oppakken. Dit vereist andere vaardigheden van de betrokkenen, een andere houding vanuit de betrokken organisaties en leiderschap.

Om hier een weg in te vinden en samenwerking effectief in te zetten is de masterclass opgezet. De masterclass brengt partijen (medewerkers van gemeenten, uit de publieke gezondheidszorg, wonen, welzijn, zorg en onderwijs) samen in een leeromgeving, vanuit het idee dat men in gezamenlijkheid voor specifieke doelgroepen werkt (of de anderen daar in ieder geval bij tegenkomt) en dat inzichten uit bijvoorbeeld de ketenaanpak hierbij zeer ondersteunend kunnen zijn. De Masterclass vergroot de ‘verbindende’ competenties van de deelnemers.

Focus masterclass
Deelnemers willen in principe een meer integrale aanpak realiseren waarbij de burger en de directe omgeving van de burger centraal staan.
Het gaat ook om het realiseren van vernieuwende arrangementen, d.w.z. 1. ten aanzien van methoden en aanpak om de doelgroep te bereiken, 2. waarbij er een ‘match’ ontstaat tussen partijen die elkaar aanvullen en nieuwe perspectieven bieden, en 3. waarbij men wil komen tot niet vrijblijvende samenwerking. De focus van het programma ligt op het centraal stellen van het burgerperspectief en vraagsturing, het organiseren van samenwerking, netwerken en het realiseren van afspraken in de keten.

Persoonlijke effectiviteit is in de training een van de belangrijkste elementen (naast de aandacht voor leiderschap, culturele verandering en zakelijke afspraken), waarbij kennis over hoe met netwerken, arrangementen, ketens e.d. om te gaan belangrijke input vormt. Dit biedt handvatten om het samenwerken ook daadwerkelijk effectief te maken, met de bestuurlijke context en verschillende rollen om te gaan, openheid te creëren en vraaggestuurd te werken, maar ook kritisch te kijken naar wat daarin je eigen rol is.
Door de mensen waar het over gaat in een training bij elkaar te zetten leert men meteen van de andere gezichtspunten en wordt het gezamenlijk perspectief als vanzelf duidelijk.

Dicht bij de deelnemer
Een Masterclass wordt vaak geassocieerd met de training van studenten of net afgestudeerde studenten, die onder leiding van een ‘master’ (een expert of deskundige) hun beroeps- of uitvoeringsvaardigheden willen verscherpen en verder ontwikkelen (constructieve kritiek). In het bedrijfsleven wordt de term vaak gebruik voor een bijeenkomst waar de laatste vernieuwingen worden gepresenteerd of waar een autoriteit op een bepaald vakgebied presenteert hoe er het beste gewerkt kan worden. Bij deze Masterclass is de doelstelling veel meer aan de beroepspraktijk van de deelnemer gekoppeld. Weliswaar onder deskundige begeleiding van diverse ‘masters’, maar de focus ligt op expertiseontwikkeling door het aanpakken van een concreet probleem uit de werkomgeving van de deelnemer. De deelnemer zal dus met een concrete ‘vraag’ uit de directe werkkring van de deelnemer, aan de Masterclass deelnemen.

Het doel van de Masterclass is om de deelnemers de competenties te laten ontwikkelen waarmee zij op samenwerking gerichte netwerken kunnen organiseren en toe te kunnen werken naar nieuwe werkverhoudingen in de samenwerking. Dat wil zeggen dat de medewerker leert positie te kiezen in het werkveld en oplossingsrichtingen te organiseren. Het onderlinge spel dat tot meer samenhang moet leiden staat daarbij centraal.
De deelnemers wordt daarmee, al dan niet formeel, richtinggevend in een multidisciplinaire en complexe omgeving, en leert hoe hierin te opereren.

Uitgangspunt bij de masterclass is dicht bij de deelnemer zelf blijven; de deelnemer is het aangrijpingspunt van de masterclass. Dus wordt uitgegaan van de eigen capaciteit/het zelflerend vermogen en activering: wat doe je zelf, waarom wacht je af? Durf je risico’s te nemen? Kan je buiten het directe kader van de organisatie denken? Kan je mensen samenbrengen, motiveren en regie voeren?
Tevens worden de algemene noties benadrukt die aan ketens en netwerken ten grondslag liggen:
–       verantwoordelijkheid hebben en nemen;

-       een oriëntatie op primaire processen (doen);

–       een meer vraaggerichte focus en houding;
–       het regisseren en organiseren van een dynamisch samenspel;
–       van het denken in instituties naar mensen (professionals en cliënten) met ontwikkelpotenties.

Bewezen werkvorm masterclass
De masterclass is reeds twee maal succesvol uitgevoerd en geëvalueerd (niet alleen door de deelnemers, maar ook door een extern bureau). Deze masterclasses zijn uitgevoerd in de context van de introductie van de WMO, in de provincie Zuid-Holland. Het concept is dus getoetst en werkt. Dat betekent geen last van ‘kinderziektes’ bij het realiseren van een nieuw aanbod. De masterclass vindt plaats in een serie van 6 tot 7 bijeenkomsten over een periode van ca. 9 maanden.
 

Interesse?! mail naar arjanbiemans(at)futurelandscapes.nl

ShareShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterEmail this to someone